De tussenstand van Het Nieuwe Werken anno 2016

Nieuwe werkenNederland wordt veelal gezien als koploper op het gebied van Het Nieuwe Werken. Veel bedrijven die via dit concept werken, plukken er de vruchten van. De ontwikkeling is al een aantal jaren gaande. Hoe staat het ervoor anno 2016?

Oorsprong ligt buiten het bedrijfsleven
Het Nieuwe Werken is niet ontstaan door het management. Sterker nog, de oorsprong vindt men vooral buiten het bedrijfsleven. Het is ontstaan in de samenleving die eerder niet in staat was snel te schakelen en kennis te delen. Opkomende technologie maakt dit mogelijk. De basis van deze ontwikkeling is dat mensen zonder drempels met elkaar kunnen communiceren en samenwerken. Altijd en overal.

Een snelle en complexe wereld
Dat de wereld hierdoor transparanter, sneller en complexer werd, heeft verregaande gevolgen voor organisaties. De instelling ‘Ik wil op elk moment en overal toegang hebben tot informatie en kunnen communiceren’ die medewerkers als consument hebben, nemen zij geleidelijk mee naar de werkvloer. Dit voedt de dialoog over thuiswerken, het hebben van flexplekken, videoconferencing, online samenwerken en meer. Veel bedrijven die ontstaan zijn in de twintigste eeuw zijn in de regel wat conservatiever en minder flexibel. De overstap naar Het Nieuwe Werken loopt daar vaak wat stroever dan bij jongere organisaties.

De tussenstand: 63 procent
Inmiddels hebben zes van de tien bedrijven (63 procent) enige vorm van Het Nieuwe Werken omarmd. Over het algemeen zijn dit vooral mkb-organisaties tot 100 medewerkers. Organisaties met meer werknemers zijn uitschieters. Ook de regio is bepalend voor de mate waarin Het Nieuwe Werken is ingevoerd; in het westen van Nederland zijn medewerkers vaker acties op een andere plek dan de vaste werkplek op kantoor (70 procent). In het oosten ligt dit percentage op 55. Zo is gebleken uit onderzoek van onderzoeksbureau No Ties in opdracht van Plantronics. Ondanks dat veel bedrijven Het Nieuwe Werken hebben ingevoerd, lijkt de overstap in de praktijk lastiger dan vooraf gedacht. Nog lang niet altijd worden de kansen ten volste benut. Opmerkelijk is dat 11 procent van de bedrijven Het Nieuwe Werken zelfs verbiedt.

Medewerkers zijn positief

Van de ondervraagde medewerkers geeft 37 procent aan het liefst 100 procent van zijn tijd op de vaste werkplek door te brengen. Ongeveer een derde (34 procent) werkt graag 80 procent van de tijd op kantoor en 20 procent flexibel. Over het algemeen staan medewerkers positief tegenover Het Nieuwe Werken; 48 procent is positief en 17 procent zelfs heel positief. De verhoogde flexibiliteit is voor medewerkers de belangrijkste reden om voor Het Nieuwe Werken te kiezen. 80 procent van hen geeft dit aan. Tijdsbesparing (73 procent) volgt daarop en 65 procent noemt een hogere productiviteit als argument. Verder zijn het realiseren van betere resultaten (63 procent) en minder stress (47 procent) belangrijk.

Adaptieve organisaties zijn toekomstbestendig
Organisaties zijn traditioneel gewend om voorspelbaar te zijn, niet snel te veranderen en risico’s te mijden. Nu worden een flexibele houding en complete cultuurverandering gevraagd. Alleen kosten terugbrengen en reorganiseren zijn niet het antwoord. De vraag om verandering vereist een groot aanpassingsvermogen, waarbij leiderschap belangrijk is. Zogeheten adaptieve organisaties bieden medewerkers een werkomgeving die past bij deze tijd, hebben het aanpassingsvermogen waar klanten om vragen en zijn toekomstbestendig.

 

Dit artikel komt uit Telecomcontent.nl, dé database met kwalitatieve content voor telecom & IT. Houd klanten en relaties op de hoogte en bouw autoriteit op binnen uw vakgebied.